Nationale Open Huizen Route en Traditionele Marketing

May 14th, 2009

Binnenkort ga je op de radio weer horen over de Nationale Open Huizen Route. Ik weet eerlijk gezegd niet de hoeveelste het is, maar er doen ontzettend veel makelaars aan mee. En als het afgelopen is ga je weer horen wat voor een enorm succes het is geweest.

Maar je hoort nooit hoeveel woningen er nu daadwerkelijk zijn verkocht. Succes wordt bij dit soort dingen meestal uitgedrukt in:

“We hebben veel mensen gezien”

“We hebben toch wel heel wat telefoontjes erover gehad”

Goh, en ik dacht dat het bij een open huis ging om de woning te verkopen. Maar ik had het schijnbaar mis. Het gaat om het aantal telefoontjes.

Want als succes werd uitgedrukt in het aantal verkochte woningen dan zouden er weleens vervelende cijfers uit kunnen komen. Niet veel mensen weten dat maar zo’n 1% van de huizen wordt verkocht bij een Open Huis. Ik ken de statistieken niet van de Nationale Open Huizen Route, maar het zou me verbazen als ze beter waren dan de gemiddelde resultaten. Ik zou me zelfs kunnen indenken dat de resultaten van de NOHR slechter zijn als gemiddeld.

Want wie heeft er ooit bedacht dat het een goed idee is om bij ALLE woningen open huis te houden? Wat is dan de toegevoegde waarde van een open huis?

Juist ja. Weinig.

Er is trouwens wel een goede manier om een Open Huis te doen. Maar om een Open Huis werkend te krijgen en minimaal 10 koppels naar een woning te krijgen zul je zaken anders moeten gaan aanpakken. Je redt het niet met de traditionele manier van marketing. En je redt het al helemaal niet als je de deur van alle woningen openzet.

Met een drietal collega’s heb ik een manier gevonden om ervoor te zorgen dat de deur wordt platgelopen bij een Open Huis. Maar het is geen ‘trucje’. Het is geen landelijke campagne waarbij we ons hele aanbod eens een beetje extra aandacht willen geven.

Het is een enorme hoeveelheid werk voor 1 woning. Het is tegenovergesteld aan traditionele makelaardij, maar belangrijker nog… het werkt.

Je kunt er meer over lezen op deze link: open huis - http://www.topmakelaars.com/open-huis

Bedelaars mogen niet kiezen

March 30th, 2009

Vanmorgen in de auto luisterde ik naar een nummer van Bryan Adams en 1 zin sprong als het ware uit mijn autoradio:

You know beggars can’t be choosers… and it’s fair

Vrij vertaald: bedelaars hebben niks te kiezen en dat is gewoon eerlijk. Onderscheid is goed. De ene na de andere belangengroepering (denk aan SP, vakbonden en andere communistisch getinte engerds) zet zich in voor ‘gelijkheid’, terwijl dat flauwekul is. Het is juist eerlijk dat er verschil is tussen rijk en arm.

Als iemand 4x zoveel voor skybox kaartjes betaalt bij een wedstrijd en hij wordt naast een supporter gezet die voor een ‘gewoon kaartje’ heeft betaald… is dat eerlijk?

Als iemand 38 uur per week werkt en minder verdient als iemand die 78 uur per week werkt, is dat oneerlijk?

Bruce Springsteen komt naar Pinkpop. Als je al eens naar zijn nummers hebt geluisterd dan weet je dat hij het opneemt voor de ‘gewone man’. Jan met de pet die op de fabriek werkt en wordt uitgeknepen door zijn slechte rijke baas.

Hij komt 3 uur optreden op Pinkpop voor meer dan 1 miljoen euro.

Ligt het aan mij, of zit er een soort kloof tussen wat hij zegt en wat hij doet? Ik weet ook wel dat hij bandleden moet meenemen, dat hij geluidsmensen moet betalen en dat soort dingen… maar ondanks dat lijkt het me nog onwaarschijnlijk dat hij niet meer verdient als het salaris van een fabrieksarbeider.

Op zich niks mis mee hoor. Als je wat meer op dit blog leest dan weet je dat ik 100% achter het idee sta dat mensen met uitzonderlijke vaardigheden uitzonderlijk veel betaald krijgen. Maar dan moet je niet tegelijkertijd links lullen, auhoeren over het ‘verschrikkelijke’ verschil tussen rijk en arm en je solidair verklaren met de gewone man.

Dan moet je gewoon mensen aansporen om harder te werken en meer uit zichzelf te halen. Dat heeft hij toch ook gedaan? Hij heeft toch ook jarenlang geploeterd tegen lage beloning, tot ’s nachts gewerkt en doorgegaan totdat hij zijn eerste contract kreeg?

Het zou een stuk eerlijker zijn als hij zong:

“Kom van je reet af, werk tot ’s nachts door en als je niet bereid bent dat te doen, hou dan je klep over rijke mensen”

…in plaats van…

“Je werkt hard in de fabriek en al het geld gaat naar die rijke mensen en dat is heel zielig voor jou”

Het is wel jammer dat het idee ’succes is van geluk afhankelijk’ een stuk makkelijker te verkopen is als ’succes heeft een bepaalde prijs die je vooruit moet betalen in de vorm van werk, risico’s nemen, inzet en kennis vergaring’. Het idee dat rijke mensen slecht zijn is makkelijker te verkopen als het idee dat rijke mensen over het algemeen rijk zijn geworden door dingen te doen waar arme mensen zich niet de moeite voor nemen.

Arno

Ja, Ik Leef Nog. En dit blog ook

March 18th, 2009

Hi,

Een aantal mensen hebben me gemaild en aangesproken op het feit dat er geen nieuwe posts meer zijn verschenen op dit blog. De reden dat er zo bar weinig hier op is verschenen is dat ik me een slag in de rondte heb gewerkt de afgelopen tijd.

Het zal je niet ontgaan zijn dat nieuwslezers en nieuwslezeressen door het hele land bijna soppend op hun stoel zitten te vertellen over de volgende crisis bij een plaatselijk bedrijf. Reporters staan kwijlend bij de hekken van een Nedcar-achtig bedrijf om de eerste de beste medewerker te interviewen.

Meestal zegt de medewerker dan: “Ja, we wisten al langer dat het niet goed ging en dat sommige mensen hun baan gingen verliezen. Maar dan komt het ontslag toch nog als een verrassing.”

De reporter vraagt dan: “Het zal nu wel lastig zijn om een nieuwe baan te vinden, toch?”

Medewerker: “Ja, ik heb geen flauw idee wat ik nu moet doen. Ik hoop dat de vakbonden iets goeds hebben afgesproken, want ik weet niet hoe ik aan werk moet komen”.

Misschien vind jij dat allemaal begrijpelijk, maar ik snap er eerlijk gezegd geen zak van. Laten we Nedcar eens als voorbeeld nemen. Een autofabriek die zijn gehele leven al als een soort kasplantje kunstmatig in leven wordt gehouden. Stel je voor dat je daar werkt. Hoe kun je dan naar buiten komen en zeggen dat je niet weet wat je moet doen als je ontslagen wordt? Je hoeft niet briljant te zijn om in te zien dat je ooit je biezen zult moeten gaan pakken. Dus waarom bereiden die mensen zich niet voor?

Mijn bedrijfsactiviteiten zijn ook geraakt door de recessie. Eén van mijn inkomensstromen is makelaardij-gerelateerd. Marketing activiteiten voor een makelaarskantoor. Op dit moment is makelaardij niet bepaald de makkelijke, lucratieve bedrijfstak die veel mensen denken dat het is.

Als je wilt reageren op tegenvallende omstandigheden en een tegenvallende markt kan dat op 2 manieren.

1. Liggen in de foetus houding, ogen stijf dicht, duim in je mond en wachten tot alles overgaat.

2. Harder werken als je concurrenten en marktaandeel van ze afpakken. Zoveel mogelijk en zo snel mogelijk.

De meeste mensen kiezen voor nummer 1. De meeste ondernemers trouwens ook. Want dat is de makkelijke manier. Je werkt dan wel bij een bedrijf waar massaal ontslagen vallen, maar het is je teveel moeite om een nieuwe vaardigheid te leren of cursus te doen in je vrije tijd. Beter op de bank een biertje drinken en hopen dat jouw naam niet genoemd wordt als er ontslagen komen.

Met de makelaardij en met mijn andere bedrijfsactiviteiten ga ik voor nummer 2. Marktaandeel afpakken, in rap tempo. Dat kost een hoop tijd en energie. Want als de omzet terugloopt zul je het goed moeten maken in volume. En volume krijg je door meer marketing te doen als anderen. Gelukkig ligt het merendeel van de concurrenten in de foetushouding. Maakt het des te makkelijker om eroverheen te stappen en marktaandeel op te pikken.

Dat is dus de reden dat het op dit blog rustig is geweest. En dat ik om 2:17 ’s nachts nog zit te werken. Recessie is een tijd van kansen en een tijd van volume opkrikken. De mensen die hier heelhuids doorheen komen zijn ook de mensen die flink gaan oogsten als de tijd rijp is en de recessie voorbij. Nu is het zaaitijd. Als je nog niet was begonnen: het is nu een goede tijd om te zaaien.

Arno

Herman Den Blijker Verzwijgt Informatie

February 18th, 2009

Gisteren zag ik het laatste stuk van het programma van Herman den Blijker (ik wachtte op het begin van Gordon Ramsey’s programma) waarin hij kijkt welke amateur chef de beste amateur chef van Nederland wordt. Er won een vrouw en de vraag werd gesteld: “Nu je gewonnen hebt, ga je er dan ook wat mee doen?

Ze was nu accountmanager. Ze zei: “Ja, ik kook nu weleens bij mensen thuis en dat vind ik echt hartstikke leuk. Ik wil wel een eigen restaurant beginnen. Als 5 topchefs in Nederland zeggen dat je de beste bent dan moet je er toch iets mee doen he?

Ik wachtte op de reactie van de chefs. Niks noemenswaardigs. In elk geval niet het eerste wat bij mij opkwam. Hier is mijn eerste gedachte;

“Dat je goed kunt koken betekent NIET dat je goed een restaurant kunt beginnen”

Ik hoopte dat iemand het zou zeggen. Maar er kwam niks. Jammer, want de kans is relatief groot dat zo iemand tienduizenden of misschien wel honderdduizenden euro’s gaat verliezen omdat ze denkt dat een restaurant groot wordt door de kwaliteit van zijn eten.

Daarna kwam Gordon Ramsey’s programma. Elke keer is het precies hetzelfde, maar ik kijk toch. Hij komt de keuken in, het eten is smerig, de kaart is te uitgebreid, de keuken is smerig, het personeel is bagger en marketing wordt niks aan gedaan. Vervolgens doet hij de volgende stappen:

1. Hij maakt de eigenaar duidelijk dat de zaak naar de klote gaat als hij zo doorgaat

2. Hij zorgt dat smerige dingen worden schoongemaakt.

3. Hij maakt een kaart met 4 simpele voorgerechten, 4 simpele hoofdgerechten en 4 simpele nagerechten. Sleutelwoord: Simpel.

4. Hij gaat de straat op met al het personeel en deelt gerechtjes (samples) uit van het nieuwe eten

5. Als het echt triest is verandert hij het interieur

6. Op de avond zelf serveert het restaurant simpel, goed eten.

Dat is over het algemeen genoeg om een restaurant te runnen. Hij maakt dus niet het BESTE eten van de buurt, geen eten op sterrenniveau. Gewoon simpel, fatsoenlijk eten. Voor een brasserie is dit bijvoorbeeld zoiets simpels als een kaart met de hoofdgerechten: hamburger, fish and chips, een schnitzel en een zalmmoot. Makkelijker als dat kun je het niet krijgen. Een gemiddelde baviaan kun je dat nog leren klaarmaken.

Het idee dat je het beste eten nodig hebt voor een goed restaurant is net zo dom als denken dat je de beste hamburgers moet hebben voor een succesvolle hamburgertent. Of de beste boormachines voor een doe het zelf zaak. Of de beste auto’s voor een automerk. Het draait allemaal om marketing. Eerst marketing, dan al het andere. Dat is geen toestemming om rotzooi te verkopen aan mensen, maar het is wel een waarschuwing als je het onzalige idee hebt dat ‘het beste product‘ genoeg is om succesvol te worden. In de ideale Teletubbie wereld zou dat zo zijn. In de echte wereld niet.

Ik weet redelijk zeker dat Herman weet dat het zo is. Maar toch zei hij het gisteren niet. Jammer.

Arno

P.S. Ze kan overigens wel goed als chef of sous-chef in een mooi restaurant aan de slag, om in elk geval te zien hoe een restaurant écht gerund wordt. Maar voor zover ik weet heeft ze geen job aangeboden gekregen van 1 van de sterrenchefs…

Ruige Relatiegeschenken

February 17th, 2009

Ik had eigenlijk niet veel te melden, maar ik vond dat ik je deze afbeelding van een Wall Street expert moest laten zien:

http://www.mcphee.com/items/11932.html

Mcphee.com is trouwens een geweldige site om zo op rond te surfen. Het is typisch zo’n winkel die alleen maar kan bestaan door Internet. Stop alle totaal debiele voorwerpen bij elkaar die je kunt bedenken en voila; je hebt de webwinkel van Archie Mcphee…

Arno

Derek Ogilvie, Scientology en Kabbalah

February 6th, 2009

In mijn vorige blogpost over visualisatie vertelde ik dat Derek Ogilvie een oplichter was. Waarschijnlijk hebben SBS 6 lezers massaal schuimbekkend hun abonnement op mijn blogfeed opgezegd. Ondanks het gevaar dat ik bezocht ga worden door kwade geesten wil ik je toch vertellen waarom Derek een oplichter is.

Ik weet dat Derek Ogilvie een oplichter is, omdat hij iets gemeen heeft met andere oplichters en cultleiders. In de documentaire van Peter van der Vorst zag je dat duidelijk terugkomen, al bleef Peter verzekeren dat hij ‘geloofde’ in wat Derek deed. Met doden praten dus.

Eerst even een intro. Derek Ogilvie is die Engels pratende man die eerst met baby’s kon praten en nu ook met dode mensen kan praten. Sommige mensen hebben het ook allemaal. Je ziet hem meestal op een groot podium staan waar hij wordt bezocht door geesten uit het publiek. Maar Derek doet ook weleens huisbezoeken. Een vaste kijker heeft Derek dan een brief geschreven waarin ze vertelt dat ze denkt dat er  een geest in haar gashaard of eetkamerstoelen zit.

Het valt me op dat het meestal vrouwen zijn, tussen de 40-60 jaar oud, kettingrokend, 20 kilo te zwaar en met de intelligentie van een demente eekhoorn. Ik hoef me geen zorgen te maken of ik die groep mensen nu beledig, want meestal kunnen ze niet of nauwelijks lezen.

Derek gaat dan naar het flatje toe, loopt met gefronste wenkbrauwen rond en stopt af en toe dramatisch bij de gashaard of de eetkamerstoelen. Hij loopt er dan een beetje schokkerig omheen, staat dan stil bij de gashaard en zegt: “Er staat een man hier“. De camera zwenkt wat rond en je ziet dat er geen man staat. Conclusie… Het Is Een Geest!

Zuchten en kreunen van verwondering alom. De briefschrijfster kan ternauwernood haar sigaret uitdrukken in de asbak. De geest van de man blijkt altijd de vader/broer/neef/opa/overgroot-opa te zijn. Dit is afhankelijk van wie dood is. En dat is weer afhankelijk van de leeftijd van de briefschrijfster en wat Derek’s onderzoeksteam kan vinden op Google voordat Derek er naartoe gaat. Omdat geesten niks anders te doen hebben staat die vader/broer/neef de hele dag bij die gashaard of die eetkamerstoelen, wachtend tot Derek komt om zijn boodschap door te geven.

Meestal gaat het gesprek dan zo:

“Ben je recent iets verloren”?

“uhhh… hoe bedoel je?”

“Ik kan het niet helemaal goed zien… wacht… hij wijst op zijn hand. Misschien zijn vingers of zijn arm? Ben je misschien ooit al eens een ring kwijtgeraakt of heb je een arm bezeerd?”

“Ja! Ik ben een keer een ring kwijtgeraakt! Dat vond ik zo erg!”

“Hij zegt dat hij het je vergeeft. En dat hij gelukkig is waar hij nu is”

Tegen de tijd dat het gesprek dat stadium bereikt barst de brievenschrijfster meestal in huilen uit en kijkt Derek meelevend de camera in of hij kijkt voor de laatste keer naar de gashaard of eetkamerstoelen.

Ok. Ik vroeg me af of mijn blogpost over visualisatie misschien wat al te hocus-pocus was… maar als er elke week miljoenen mensen kijken naar een helderziende die gaat kijken wat er loos is met een behekste gashaard of een spokende set eetkamerstoelen, dan had ik me geen zorgen hoeven maken.

In de documentaire van Peter van der Vorst bleek dat Derek eerst een succesvolle gitaarwinkel had gehad. Die had hij verkocht en vervolgens was hij miljonair geworden door meerdere cafe’s uit te baten. Toen sloeg het noodlot toe. Derek ging door verkeerde investeringen failliet. Zijn fortuin verdampte, zijn vriend verliet hem en hij was weer een nobody.

Maar… toen herinnerde hij zich dat hij met doden kon praten. Gelukkig. Hij kon dat al sinds kind, maar ja, hij had het erg druk gehad met zijn café en dus geen gelegenheid om met doden te praten. Nu hij niks meer te doen had vertelde hij zijn ouders dat hij met geesten praatte.

Het werd niet helemaal duidelijk hoe hij voet aan de grond kreeg als geestenverteller, maar in Nederland werd hij al gauw populair als ‘babyfluisteraar’ (nog zo’n vaardigheid waar Derek plotseling achter kwam) en vervolgens als geestenfluisteraar.

Als je naar succesvolle oplichters gaat kijken die iets doen met het occulte, dan zie je dat ze een paar dingen gemeen hebben. Ze zijn meestal gefrustreerd, arm geweest en hunkeren naar aandacht en erkenning. Hier wat voorbeelden:

Derek was miljonair en stond vol in de aandacht. Hij verliest alles en ontdekt zijn paranormale gaven.

De oprichter van Scientology, L. Ron Hubbard, was een gefrustreerde, kwakkelende science fiction schrijver. Hij ontdekt de ware leer van de Scientology en binnen de kortste keren zet hij een godsdienst op met knettergekke beroemdheden als voorlopers.

De oprichter van Kabbalah was een gefrustreerde stofzuigerverkoper die ook besloot een eigen godsdienst op te zetten. Madonna en het kind-vriendje van Demi Moore, Ashton Kutcher, zijn aanhangers van Kabbalah.

Ik weet eerlijk gezegd niks over Char, maar de kans is vrij groot dat hier een zelfde soort verhaal/drama achter schuilt.

Het heeft weinig zin om mensen ervan te proberen te overtuigen dat het praten met geesten/Scientology/Kabbalah 1 grote lading flauwekul is, omdat ze het willen geloven. Kijk naar Uri Geller. Herhaaldelijk bewezen dat het een oplichter is, maar dat maakt niks uit. Ik probeer je dus nergens van te overtuigen. Maar de volgende keer dat iemand zegt: “Ja, ik geloof echt in wat Derek Ogilvie doet!” kan ik haar naar deze blogpost sturen. Scheelt weer een hoop geruzie…

Arno

Visualisatie

February 5th, 2009

Gisteren vroeg iemand me naar iets waar ik maar zelden over praat. Niet omdat ik het niet interessant vind, maar omdat het een beetje hocus-pocus klinkt. Waar ik het over heb is visualisatie. Ik gebruik het bij verkooppresentaties, handbal, doelen stellen, direct mail schrijven en nog veel meer.

Ik ben op visualisatie gestuit bij het lezen van de boeken van Maxwell Maltz. Hij was volgens mij rond de jaren 30 van de vorige eeuw een plastisch chirurg. Hij merkte dat mensen vaak na een operatie nog steeds dachten dat ze lelijk of mismaakt waren, ook al waren ze in werkelijkheid mooi gemaakt of was de misvorming verholpen. Als mensen in de spiegel keken zagen ze dus wat ze wilden zien, of wat ze verwachten te zien, niet wat er daadwerkelijk was. Mensen die anorexia hebben schijnen dit ook te hebben. Ze kijken in de spiegel en zien zichzelf als dik, ook al zijn ze op sterven na dood.

Maxwell Maltz ging zich verdiepen in het zelfbeeld en hoe iemand zichzelf zag. Daaruit kwam Psycho Cybernetics. Hij heeft er meerdere boeken over geschreven en je kunt ze vast wel vinden als je zoekt, dus ik ga er niet al te veel over uitweiden.

Ik gebruik visualisatie om een beeld te schetsen, zodat ik er als het ware ‘in kan stappen’. Als ik bijvoorbeeld een direct mail brief ga schrijven aan een doelgroep, dan stel ik me voor wat die doelgroep de hele dag door doet. Hoe ze mijn direct mail krijgen (via hun secretaresse, in hun In-bakje of plukken ze het uit de brievenbus). Hoe ze de direct mail brief openmaken. Wat er door hun hoofd gaat als ze de direct mail lezen. Wat er in hun leven gebeurt op dat moment en hoe ik daar met mijn direct mail op kan inhaken. Wat hun problemen, zorgen en ideeën zijn.

Hopelijk ben je nog niet afgehaakt, want bij sommige mensen begint hun bullshit alarm waarschijnlijk af te gaan. Ik snap dat het misschien raar overkomt, maar als je het eenmaal probeert en in de vingers krijgt dan ga je pas merken hoe krachtig dit is.

Als ik een verkoopgesprek heb stel ik me vooraf voor hoe het succesvol afloopt. Ik probeer zoveel mogelijk details in de visualisatie te verwerken. Wat ik aanheb, hoe ik binnenkom, wat ik zeg, wat zij zeggen, hoe ik afsluit, hoe ze de handtekening zetten waar ze die moeten zetten, hoe ik de deur uit loop en weer de auto instap. Zoveel mogelijk details.

Als je sport heb je hier misschien weleens van gehoord. Elke Olympische sporter is in elk geval bekend met visualisatie. Het oefenen van een beweging of een techniek in je hoofd is bijna net zo effectief als het daadwerkelijk oefenen. Bij handbal zie ik spelers soms met op elkaar geklemde tanden een nieuwe beweging oefenen en volledig gefrustreerd raken als het niet lukt. Als je de moeite neemt om elke dag 15 of 20 minuutjes opzij te zetten, te ontspannen en rustig voor je te zien hoe je de beweging soepel en makkelijk succesvol uitvoert, zou het je verbazen hoe goed dit werkt.

Bij bijna alles wat je doet is het beter om op een ontspannen manier te beginnen. De meeste mensen raken al snel gefrustreerd als iets misgaat en proberen het opnieuw en opnieuw en opnieuw, elke keer meer gefrustreerd. Als ik een computerspelletje doe met mijn vriendin zie je dit ook gebeuren. Ze valt in een ravijn, en nog eens, en nog eens… meestal maak ik dan een opmerking en moet ik oppassen dat ik geen slachtoffer wordt van een Wii ongeval. Alles wat je probeert als je verkrampt en gefrustreerd bent is bijna gedoemd om te mislukken.

Arno

P.S. Hopelijk was dit niet al te hocus-pocus / Char / Derek Ogilvy-achtig. Ik zag laatst trouwens een documentaire van Peter van der Vorst over Derek Ogilvy en daar moet ik binnenkort nog eens over schrijven. De documentaire maakte zo pijnlijk duidelijk dat het een oplichter is dat ik niet snap dat veel mensen het nog altijd niet in de gaten hebben…

Bijna Raak

February 3rd, 2009

Er gaat geen week voorbij dat ik niet aan het nummer van Eddy Zoey denk: ‘Bijna raak‘. Ik heb je onderaan dit berichtje de link erbij gedaan.

Terugkerend refrein: bijna raak, oftwel helemaal mis.

Op school zeiden ze altijd dat meedoen belangrijker was dan winnen. Dat is bullshit. Nummer 2 is de eerste verliezer. Afgelopen weken met handbal was het elke keer bijna raak. Oftewel helemaal mis. Of je nou met 1 doelpunt verschil of 30 doelpunten verschil verliest, verlies is verlies.

Laatst zag ik een documentaire over Rudie Lubbers. Een voormalig Nederlands bokser die ooit tegen Muhammed Ali vocht. Inmiddels woont hij in een stacaravan. Niks mis met stacaravans hoor, Bassie en Adriaan hadden er ook eentje. Maar stacaravans zijn meestal niet de keuze voor de bovenlaag van de samenleving. Rudie Lubbers kreeg de vraag gesteld hoe het nou eigenlijk kon dat hij in armoede leefde in zijn stacaravan.

Het was een lang en warrig antwoord. Maar het kwam neer op de clou van Eddy’s liedje. Bijna. Alles was hem bijna gelukt en van de ene mislukking viel hij in de andere.

Je kunt het voor 99% goed hebben, maar die ene procent verpest het dan toch. En dan had je het net zo goed voor 99% fout kunnen hebben. Het tegenovergestelde van Rudie Lubbers is Sven Kramer. Ik ben geen schaatsfan, ik kan zelf niet eens schaatsen, maar naar Sven Kramer blijf ik kijken. Omdat hij het 100% heeft. Niet 99%. Niet 99,9%. 100%. De ene na de andere nr. 2 dient zich aan om zijn plaats over te nemen, maar tevergeefs.

Het zijn meestal de kleine dingen die het doen. De 1% dingetjes. Een pilsje teveel de avond voor de wedstrijd. Eventjes niet opletten op een belangrijk moment. En dan begint Eddy’s nummer weer… bijna, bijna raak oftwel helemaal, helemaal mis.

http://www.youtube.com/watch?v=Wn-iLvRqiQ8

Mini Lening | Steak | De overeenkomst

January 28th, 2009

Toch knap, om mini lening en steak in 1 post te krijgen. En het heeft ook nog met elkaar te maken. Enigszins…

Gisteren zat ik weer naar ‘Oorlog in de Keuken’ te kijken. Het programma van Gordon Ramsey. Hij gaat langs bij restaurant eigenaars die diep in de shit zitten, meestal voor enkele tonnen. Daar kan dus geen mini lening tegenop (al is dat niet het verband dat ik probeer te leggen).

Het programma is eigenlijk elke keer hetzelfde. Het voedsel is smerig, de marketing bagger en meestal bakt het personeel er ook niet veel van (letterlijk en figuurlijk). Het restaurant van gisteren was niet anders. Hij veranderde het menu, zette iemand anders neer als chef en maakte er een steakhouse van. De tent liep weer.

Een maand later ging hij terug. Er was geen hond binnen. Ook geen mens trouwens. Op zijn vraag hoe dat kwam werd geantwoord dat ze geen marketing hadden gedaan voor het nieuwe menu en voor het feit dat het nu een steak restaurant was.

Nu kun je 100 dingen opnoemen die hij zou hebben kunnen doen om de marketing te verbeteren. Maar hij deed het enige juiste, naar mijn idee. Hij riep iedereen bij elkaar en kondigde aan dat ze de straat op gingen om mensen naar binnen te krijgen.

Dat zouden meer ondernemers moeten doen. De straat op gaan en klanten vinden. Niet zaniken over de slechte tijd, de moeilijke economie, de tegenvallende demografie blablabla. Gewoon klanten gaan zoeken. Nu.

Er is een verhaal dat me altijd te binnen schiet als mensen hun gal beginnen te spuien over de economie. Hier komt het: Er lopen 2 mannen door het bos. Plotseling horen ze achter zich een gigantische brul. Ze draaien zich om en zien zo’n 100 meter achter zich een grote grizzly beer op het pad staan. De grizzly beer maakt zich op om naar de mannen toe te rennen. De eerste man begint direct te rennen. De tweede man gaat vliegensvlug zitten, trekt zijn zware wandelschoenen uit en trekt zijn sportschoenen aan. De eerste stopt met rennen, draait zich om en zegt:
“Waarom trek je nou je sportschoenen aan, je bent toch nooit sneller als die beer!”. De tweede man zegt:
“Ik hoef niet per se sneller als de beer te zijn. Ik hoef alleen sneller als jij te zijn.”

Als er een ondernemer tegenover me zit, of als ik er eentje op televisie zie, en ze beginnen te zaniken over de economie, dan denk ik altijd: Ik hoef alleen maar sneller als jij te zijn.

Gordon zei nog iets belangrijks tegen de eigenaar. Hij zei: “Jij bent verantwoordelijk voor deze ellende, want jij moet de zaak verkopen aan de gasten. Jij moet zorgen dat er mensen binnenkomen.” Sleutelwoord is verkopen. Veel ondernemers vinden het een vies woord, maar op het einde van de dag ben je gewoon een verkoper.

Bepaalde dingen zijn moeilijker te verkopen als andere dingen. Steak is niet zo moeilijk te verkopen. Dat niet alleen, als je mensen eenmaal een fatsoenlijke steak maaltijd voor hebt gezet komen ze terug. Je hoeft dus niet tot het einde der tijden verder te gaan met je steak te verkopen, een paar lichtingen is genoeg om terugkerende klandizie te krijgen.

Een jaar of 2 geleden zag ik voor de eerste keer een reclame over een mini lening. Een soort lening die je kunt afsluiten tot ongeveer € 500 om op het einde van de maand gewoon nog door te kunnen blijven besteden. Omdat je salaris krijgt kun je de lening dan meteen weer afbetalen. Het eerste wat er bij me opkwam was dat zo’n mini lening verrekte makkelijk te verkopen is. Dat niet alleen, als je iemand 1 keer een mini lening hebt verkocht en hij heeft hem afbetaald, dan is er een gigantische kans dat hij nog eens klant wordt. Omdat het zo makkelijk is!

Maar zelfs een mini lening moet verkocht worden. Steaks, mini leningen, chiropractische behandelingen, glazenwassen… het zijn allemaal terugkerende dingen met een langdurige klantwaarde. Als je een klant een keer gewonnen hebt dan kun je er langdurige waarde uithalen. Daarom moet je fatsoenlijk kunnen verkopen. Maar als je al opgeeft voor je een klant gewonnen hebt… dan is er weinig hoop voor je als ondernemer.

Arno

De Archiefkast van John Malkovich

January 25th, 2009

De archiefkast van John Malkovich. Gisteren was er een programma op waarbij John Malkovich werd geïnterviewd. Een aantal filmstudenten kregen de kans om hem wat vragen te stellen. Ik heb een paar films gezien met hem en het leek me wel een interessante vent. Gisteren bleek dat nog te kloppen ook!

Hij was bij het programma om te vertellen over een Nederlandse speelfilm waarbij hij de voice-over deed. De film ging over verveling. Hij zei dat hij één van de saaiste en meest monotone stemmen had die er op de wereld waren, dus hij was perfect voor de rol. Het gesprek kabbelde een beetje voort en het leek alsof hij voortdurend naar woorden zocht om zich goed uit te drukken. Een kwaal waar ik ook nog weleens last van heb, als ik iets probeer te zeggen op een manier die voor iedereen duidelijk moet zijn.

Een student vroeg hem: “Meneer Malkovich, het lijkt wel alsof u uw woorden heel nauwkeurig uitzoekt, bijna als een politicus. Waarom doet u dat?” 

Het ligt natuurlijk voor de hand waarom hij dat doet. Maar in plaats van eromheen te draaien gaf hij een duidelijk antwoord. Hij vertelde dat hij het deed omdat alles wat hij zei gebruikt kon worden voor een ander doeleinde. Zodra hij zich zou verspreken, of iets zou zeggen dat een dubbele betekenis zou kunnen hebben, zou het worden gebruikt en verdraaid door iemand anders. Daarom ging hij als het ware door een archiefkast in zijn hoofd, zoekend naar de juiste woorden om te zeggen wat hij daadwerkelijk bedoelde. Een politicus doet het omdat hij een wezel is, maar publieke figuren moeten het doen om niet voortdurend verkeerd geciteerd te worden.

Let voor de lol eens een dag op wat mensen echt zeggen. Tel eens hoe vaak mensen zeggen: “ja, je weet wel wat ik bedoel” als ze iets zeggen dat ze totaal niet bedoelen. Kijk hoe vaak iemand een verkeerd woord op een verkeerde plaats gebruikt. Als je erop gaat letten ga je vanzelf meer op je eigen woorden letten, met als gevolg dat je jezelf veel duidelijk uitdrukt.

Ik schrijf een berg materiaal in een maand en dat doet iets met je vocabulaire. Je archiefkast met woorden wordt er een stuk groter door en je wordt ook gevoeliger voor bepaalde standaard versprekingen die mensen doen (zoals ‘heel uniek’). Als je erop let dan gaan de versprekingen vanzelf wel de kluis in, totdat ze vanzelf verdwijnen. Daarnaast ga je merken dat hoe meer je met taal bezig bent, hoe meer leuke voorbeelden je tegenkomt. Op dit blog schreef ik al eerder over de zin: “Net zoveel uithoudingsvermogen als pudding in een magnetron”. Is dat geen geweldige zin om iets of iemand te omschrijven die jij kent? Zou je die niet in je mentale archiefkast moeten stoppen, in plaats van je mentale kluis

Met de achteruitgang van boeken en opkomst van chatten, SMS, Twitter etc. is het duidelijk te merken dat het taalniveau achteruit gaat. De archiefkasten van de meeste mensen zijn tegenwoordig niet meer zo groot. De woordenschat van de gemiddelde puber past in een schoenendoos, daar heb je geen archiefkast voor nodig.

Dus, als het al een tijdje terug is dat je jouw laatste boek hebt gelezen, koop er morgen eentje. Of ga naar de bibliotheek en lees. Lezen is voor je hersenen wat hardlopen is voor je lichaam.

Arno

P.S. Nee, een stripboek telt niet.